• Admin

Nachtmarathon Aalter


Omdat ik graag in september het project 30-100-100-30 wil realiseren moet ik vooraf nog één marathon vinden. Hij moet in België georganiseerd worden en ik mag daar nog niet gelopen hebben. In Aalter heeft men in juli jaarlijks een 6-uur-loop en dit jaar doen ze er het Belgisch kampioenschap 24-uur-loop bij en als extraatje een nachtmarathon en een uurloop. De extreme ultralopers starten zaterdag in de namiddag om 17 u. Om 22:30 mogen de marathonlopers hen vergezellen en op zondag om 11 u zullen de 6-uur-lopers op het parcours verschijnen. Dat parcours is 852,26 m lang en omvat het blok rond het gemeentehuis van Aalter en een doortocht over de speelplaats van de plaatselijke school. Daar ligt de mat voor de rondetelling, daar is sanitair, het secretariaat en de bevoorrading. Dat is allemaal nogal raar en uitzonderlijk maar ik ga het toch doen.

Ik schrijf me in: voor 30 € mag je meedoen en krijg je nog een T-shirt bij aankomst. Drie weken voor de wedstrijd slaat mijn lumbalgie weer toe. Het is anderhalf jaar geleden maar ik heb weer eens prijs. Mijn rug doet pijn bij elke foute beweging. Dieter begint zijn behandeling met manipulatie en droge naalden. Gelukkig kan ik na een week toch al weer voorzichtig lopen. Eer het helemaal beter is heeft de kinesist toch 8 behandelingen moeten toepassen. Een goede voorbereiding voor een marathon is dat niet.

Wanneer ik in de week voor de start de internetpagina bezoek stel ik vast dat er 23 lopers vooraf ingeschreven zijn voor die nachtmarathon. Dat is weinig maar op zo’n kort parcours zal er toch voortdurend contact zijn tussen lopers. Op zaterdag 14 juli vertrek ik om 19:30 gans alleen naar Aalter. Anderhalf uur later kan ik vlot mijn auto stallen op de parkeerstrook naast één van de straten van het parcours. Ik wandel naar het secretariaat, haal mijn nummer op en maak me klaar. Ik verken het sanitair, de bevoorrading en de matten op de speelplaats.


De lopers van de 24-uur passeren regelmatig over die speelplaats waar ze zich kunnen bevoorraden. Er zijn er zowat 40. De meesten lopen maar er zijn er ook die nu al wandelen.

De éne na de andere komen de marathondeelnemers het secretariaat binnen. Er is nog kans op inschrijving ter plaatse en zo zijn er nog 9 lopers bij gekomen. 5 van de vooraf ingeschreven deelnemers komen niet opdagen zodat we met 27 zijn voor onze 42,195 km. 4 daarvan waren present op mijn 100ste marathon 8 jaar geleden: Marc Bemong (255 stuks), Roland Boussemaere (307 stuks) en Jan Claereboudt (219 stuks) en ik zelf (140 stuks). Er zijn er nog enkelen die ik ken. Het gaat er hartelijk aan toe.


Over deze matten zullen we 50 keer moeten passeren. Er staat een klok die aftelt van 24 u naar 0 voor de ultralopers en een tweede klok die de tijd telt voor de marathonlopers. Er staat ook een TV-scherm en bij elke doortocht verschijnt de naam van de deelnemer en de afstand die hij/zij heeft afgelegd en bovendien staat de omroeper er bij en deelt aan iedereen die afstand ook mee. In de eerste helft word ik nog aangekondigd als “Clem Mertens” maar na een tijd ben ik gewoon “Clem”. We lijken wel familie geworden en dat is symbolisch voor de sfeer die er heerst.

Om 22:15 u maant de organisator ons aan om naar de start te wandelen. Die bevindt zich ergens halfweg op het parcours want de afstand van 42195 meter moet juist zijn. Stipt om 22:30 geeft hij het startsignaal en de 27 deelnemers beginnen aan hun eerste halve rondje en dan aan de 49 hele ronden. Wat doe je in die tijd en waaraan denk je? Ik tel de bochten in één ronde en stel vast dat er 14 zijn. Ik reken uit hoeveel er dat dan gaan worden in de volledige marathon en kom op 695 stuks! Iedereen loopt op zijn eentje maar af en toe is er contact, ook met de ultralopers. De medewerkers zijn intussen volop bezig met kaarsjes in potjes langs de omloop te zetten. Er heerst een speciale sfeer die je in geen enkele andere marathon aantreft. Het parcours gaat ook over de parking bij het gemeentehuis. Hier heeft een aantal ultralopers de auto geparkeerd. Daarbij heeft hun gezelschap een tafel en zit- of liggelegenheid uitgestald. Die ultralopers gebruiken blijkbaar hun eigen bevoorrading en af en toe zie je er eentje in de ligzetel een pauze nemen. Toch zie je ze soms ook bij de bevoorradingspost op de speelplaats een kommetje meenemen. Dan gaan ze wandelen en de soep of de pasta eten uit dat potje.

Bij het verlaten van de speelplaats, vlak na de bevoorradingspost, ligt een helling zoals van een verkeersdrempel, kort maar steil. Net op die plaats is het nogal donker en twee keer struikel ik daarover maar kan een val vermijden. Bij mijn volgende doortocht meld ik dat aan de organisatie en onmiddellijk fietst er iemand mee naar de plek en zet er twee grote vlampotten. Dat is al wat duidelijker maar het belet mij niet om op een tiental rondjes voor mijn wedstrijdeinde weer te struikelen. Deze keer kan ik een valpartij niet vermijden en kwak op de grond. Ik kan die val grotendeels breken door op mijn handen te landen. Die doen wel flink pijn maar ik kwets gelukkig niet echt iets. De medewerkers van het Rode Kruis komen onmiddellijk aanstormen. Ze denken eindelijk wat te doen te hebben maar ik moet hen ontgoochelen want ik loop onmiddellijk verder.

In de tweede wedstrijdhelft ben ik wat vertraagd maar blijf een rustig maar constant tempo aanhouden. Het doet nergens echt pijn en ik voel dat het gaat lukken. Als de teller op het scherm voor mij op bijna 30 km staat begin ik te rekenen hoeveel keer die 852,26 m in de resterende 12 km gaan en kom uit op 15. Dus nog 15 ronden. Als ik dat nog kan uitrekenen tijdens het lopen ben ik nog voldoende fris en alert en dat is een goed teken. Ik tel nu verder af: nog 15…, nog 10…, nog 5…, nog 3…, nog 2 en dan het laatste rondje. Ik kom aan na 4:27:36. Niet schitterend maar: “Mission accomplished!” Ik voel me nog goed, nergens echt pijn, helemaal niet kapot.

Roland en Jan zijn even daarvoor gearriveerd en feliciteren mij en ik hen natuurlijk. Ik ga eerst naar het toilet. Deze keer kon ik het houden tot na de finish. Daarna ga ik bij de bevoorrading cola drinken voor de snelle recuperatie. In de kleedkamers staan Roland en Jan ook juist onder de douche. Zij gaan nog iets drinken aan de bar maar ik durf dat niet goed. Met nog 140 km te rijden in de vroege morgen is dat wat riskant en we nemen dus afscheid.

Om 3:35 u start ik de auto na een berichtje naar huis dat ondanks het uur snel beantwoord wordt. Ik heb een fles cola in een koeltas mee voor onderweg. Het is erg rustig op de weg en op minder dan anderhalf uur draai ik de oprit op bij ons thuis. Terwijl ik de spullen uit mijn tas opberg drink ik een Duvel om de adrenaline van het lopen en de cafeïne van de cola te neutraliseren en om 5:30 u kruip ik onder de wol. Ik heb nog snel sms-contact met New York waar de avond nog niet ten einde is. Afspraak daar op 4 november en samen naar Tokyo op 3 maart.

Van die extreme ultralopers is er toch ééntje in geslaagd om 223.15 km te lopen in 24 u. dat is dus bijna 10 km/u gedurende de hele tijd. Onvoorstelbaar! Hij heeft 25 km voorsprong op de tweede. In de 6-uur-race haalt de winnaar 77,99 km. Dat zijn prestaties waarvoor ik mijn spreekwoordelijke hoed af doe.

Plan gelukt, bijzondere ervaring rijker! Klaar voor die marathon met de bijzondere cijfers!


79 keer bekeken