• Admin

20km door Brussel


In 2015 vroeg mijn vader of ik zin had om met hem mee te gaan naar de 20km Door Brussel. Al jaren gaan hij en Leo Verbeeck eind mei deze grootste wedstrijd in België lopen, maar dat jaar kon Leo niet mee en als geboren Brusselaar mocht ik deze kans niet laten liggen.

Ik wist dat het parcours zwaar was, maar na 1u46 en een handvol seconden, was ik verkocht. “Ik kom volgende keer weer en loop onder mijn eigen naam mee” was het eerste wat ik tegen mijn vader zei nadat we elkaar aan de zuilen voor het Luchtvaartmuseum terug zagen.

Dat JMT dit jaar de 20km als LNTPE uitkoos vond ik dan ook een leuk idee. Leo, Clem, Jan De Laender en ik kregen van de organisatie een uitnodiging omdat we de vorige editie ook meededen en schreven dus niet in via JMT. Wel boekten we allemaal de bus.

Ook gaat elk jaar één van ons op voorhand de borstnummers en metroticketjes halen. Omdat ik dit jaar op de zaterdag voor de 20km bij mijn petekindje op bezoek ging, had ik aangeboden even om te rijden en onze nummers op te pikken.

Tijdens één van de trainingen 14 dagen voor de wedstrijd hoorde ik dat er maar een goede 10-tal lopers via de club waren ingeschreven en bood ik Richard aan om ook de nummers van alle andere lopers mee te brengen. Zo gezegd, zo gedaan en op zaterdagmiddag haalde ik in het Jubelpark alles op. Bleek dat alleen mijn nummer nog in de bak met enveloppen zat en dat de nummers van Clem, Leo, Jan DL en Sarah ‘al waren afgehaald’. Na wat discussie kreeg ik 4 nieuwe nummers, het pakket van JMT, een busparkeerkaart en een tas met zonnecremekes en briochen om uit te delen aan de lopers.

Zondagochtend om 7u wordt er afgesproken aan de sporthal en als ik de nummers begin uit te delen blijkt dat de 4 reeds ‘afgehaalde’ nummers en mijn eigen borstnummer ook in het JMT-pakket zaten. Raar, maar ja, nu hebben we een reservenummer.

Op de e-mail met info stond dat de bus ten laatste om 7u20 zou vertrekken. Als iedereen op de bus zit om 7u15, heb ik nog 1 borstnummer over van Sarah Moens. Op het nippertje arriveert ze en kan de bus vertrekken. Wanneer de buschauffeur de ring richting Geel opdraait worden er al enkele wenkbrauwen gefronst en wanneer hij op de Borgerhoutsedijk opnieuw rechts, richting Mol draait, is de verbazing op de bus duidelijk te merken. Als er gevraagd wordt wat er aan de hand is blijkt dat één van de lopers zijn loopschoenen vergeten is in zijn fietstas. Uiteraard moet deze loper het verbaal bekopen en is er hilariteit alom.

Na een busrit zonder verdere problemen arriveren we in Brussel waar het zacht regent. De buschauffeur wordt naar de Tervurenlaan gestuurd, maar geraakt op den duur hopeloos vast in de kleine straatjes ten noorden van het Montgomeryplein. Als we uiteindelijk op het Schumanplein komen en richting centrum moeten, stopt de chauffeur in de Wetstraat om ons uit de bus te laten. Enkelen noteren zijn gsmnummer om na het lopen te horen waar hij ergens staat met zijn bus.

Omdat het allemaal snel moet gaan – het is inmiddels 9u30 en de start van wave 1 is om 10u en we moeten nog heel het Jubelpark door en onze tassen gaan afzetten – hoort niet iedereen de poging tot afspraak om elkaar na het lopen te treffen op de trappen van het luchtvaartmuseum.


Het regent nog steeds lichtjes dus trekken we een wegwerpponcho aan en zet ik mijn pet op. We haasten ons naar het museum en raken onderweg steeds meer jmt-ers kwijt. Nadat we onze tassen onder de neus van een DC-3 hebben gezet gaan Jan De Laender en ik zo snel mogelijk naar ons startvak. Onderweg zien we Noi, Yvy, Ieke, Tessa en Katharine nog heel even. We zwaaien en wensen hen succes. Ik hoor dat de Bolero van Ravel al in volle finale is.

De Brabançonne weerklinkt als we in ons startvak aankomen. Onmiddellijk daarna knalt het kanonschot voor wave 1. Tijdens het wachten op ons startschot stopt het met regenen. Jan trekt zijn windstopper uit en bindt die rond zijn middel en ik laat mijn poncho achter. Dan wordt het tweede kanon afgeschoten en lopen we richting de startmatten aan de uitgang van het park. Koning Filip staat nog in de kiosk en als één van de lopers in onze buurt zijn aandacht trekt met een loeihard ‘Hey Filip!!’, kijkt hij op, lacht en zwaait ons op gang.


Omdat er wat te veel tragere lopers op de weg voor ons lopen beginnen Jan en ik in te halen via de stoep. Jan schiet als een komeet door de dalende Froissartstraat en het begin van de Belliardstraat. In het oplopende deel zakt het tempo een klein beetje, maar blijft toch behoorlijk pittig. Plots hoor ik schuin achter mij iemand zeggen ‘Ha! De mannen van de Vabco zijn hier ook, séh!’. Waarop ik even vies achterom kijk en hem zeg dat wij van JMT Mol zijn en niet van de kindertuin van de Vabco.

Ook op weg naar het justitiepaleis blijven we meestal op het voetpad lopen omdat we veel lopers inhalen. Even voor de eerste tunnel op de Louizalaan controleer ik even mijn hartslag en merk dat die veel te hoog zit. Niet moeilijk als je weet dat we de eerste 4km in amper 19 minuten doen en deze meestal in stijgende lijn gaan. In de afzink naar de tunnel probeer ik mijn hartslag te doen zakken maar dat lukt amper.

Als het in het Ter Kamerenbos wat vlakker wordt, zakt hij wel terug onder de 170 bpm. Plots zegt Jan ‘als je wil versnellen, doe maar hoor’. Ik kijk hem verbaasd aan en zeg dat dat er niet meteen in zit. Als hij zegt dat ook hij tegen zijn limiet aan zit, ben ik een beetje opgelucht. In de volgende kilometers kunnen we het tempo mooi onder de 5 min/km houden en passeren het 10km-punt in 49:30. De 13de km is een lange afdaling richting Watermaal-Bosvoorde en Jan versnelt behoorlijk. Hij zit duidelijk in een goede flow en het loopt als vanzelf bij hem. Ik hoopte in dit stuk mijn hoge hartslag wat te laten zakken, maar moet alles uit de kast halen om hem niet te ver weg te laten lopen. Als ik op mijn horloge kijk, zie ik dat ik tegen 4 min/km loop, maar ik kom geen meter dichter.

Op de vlakkere stukken daarna lopen we weer samen en moeten we nogal vaak zigzaggen om de vele lopers voor ons in te halen. Ondanks het strakke tempo en het vele inhalen, geniet ik hier van de mooie gebouwen langs de Delleur- en Vorstlaan en het traditioneel massaal opgekomen publiek. Zoals elk jaar is het in de buurt van het Hermann-Debrouxviaduct weer heel druk en lawaaierig, maar dat geeft altijd weer een fijn gevoel. We draaien links de Tervurenlaan op en beginnen aan de lange, steeds steiler wordende klim naar het Montgomeryplein. Al even traditioneel staan op dit stuk de officiële fotografen om de lijdende lopers op de gevoelige plaat vast te leggen.

Na het Montgomeryplein beginnen we aan het laatste stuk en weer gaat het tempo de hoogte in. ‘Geen probleem ‘ denk ik bij mezelf ‘We zijn er bijna’. We stevenen op een tijd onder de 1u40 af en dat geeft vleugels. Een hele race lang hebben we gelaveerd en de binnenkant van de bochten opgezocht, maar op het rondpunt voor het Jubelpark moeten we noodgedwongen buitenom. Alle lopers in de binnenbocht zijn veel te traag.


Als we over de meet lopen, klokken we af op 1u37:07 en zijn daar allebei enorm gelukkig mee. Voor ons beiden is dat een flinke verbetering van ons persoonlijk parcoursrecord. Tevreden nemen we onze fles water en medaille aan en wandelen blij terug om ons wat te verfrissen en onze tas op te halen voor we gaan kijken naar de aankomst van de anderen.

Wanneer we Noi, Bart en Wim zien passeren vlak voor de aankomst besluiten we dat Jan langs het parcours blijft staan en ik aan de trappen van het museum de anderen opwacht.

Ook Clem en Leo lopen binnen en komen naar het rendez-vouspunt. Na verloop van tijd komen ook de anderen aan en ontmoeten we elkaar. Na verloop van tijd roep ik Jan terug en gaan we koppen tellen. Iedereen is er, behalve Tina en Erik. We worden wel wat ongerust want zij zijn in de