top of page

TransgranCanaria 2026

Op 7 maart 2026 liep Bart Vanherck de Transgrancanaria Advanced, een zware ultratrail op Gran Canaria. Hierbij het interview dat achteraf met Bart werd neergeschreven.


JMT: Wij lopen in onze club vooral wegwedstrijden en marathons. Maar jij hebt onlangs ultratrail gelopen op Gran Canaria. Hoe ben je daar eigenlijk in beland?


Bart: Ik word dit jaar 50 en ik wilde dat toch op een speciale manier vieren. Gewoon een marathon lopen kende ik ondertussen wel, dus ik zocht iets dat er echt een beetje bovenuit stak. Een ultratrail is natuurlijk een totaal andere wereld: langer, technischer en met veel meer hoogtemeters. Dat maakte het net interessant genoeg om te denken: dit moet ik gewoon eens doen.



JMT: Neem ons eens mee naar de start van die dag. Hoe begon het avontuur?

Bart: Vroeg… heel vroeg. Om 6u15 vertrokken de bussen in Maspalomas richting de start in Teror. Gelukkig stond ik daar niet alleen. Ik kwam aan de start twee andere lopers tegen, waardoor het wachten meteen een stuk aangenamer werd en we wat gezelschap hadden om samen de start af te wachten.


JMT: Klinkt alsof het geen typische marathonstart was?

Bart: Absoluut niet. Het was een vrij kleinschalige start met zo’n 750 deelnemers en zonder waves, dus iedereen vertrok gewoon samen. In Maspalomas was het nog zo’n 18 graden, maar aan de start zaten we rond de 10 graden met motregen. En in plaats van vlakke wegen begonnen we meteen met stevige hellingen van naar ik schat 20% en meer. Na twee kilometer zaten we al op smalle paden tussen de rotsen en cactussen.


JMT: Dat is toch iets helemaal anders dan de weg. Wat viel je het meest op?

Bart: De ondergrond. Op de weg weet je wat je krijgt, maar hier… modder, stenen, water. We moesten zelfs door kleine riviertjes in het eerste deel van de race. Op een bepaald moment had ik zoveel modder onder mijn schoenen dat ik gewoon naar beneden gleed. Alsof je aan het skiën bent, maar zonder controle (lacht).



JMT: En fysiek? Hoe verhoudt dat zich tot een marathon?

Bart: Het is moeilijk te vergelijken. Na 12 kilometer had ik al 1000 hoogtemeters in de benen. Dat is iets wat je in de Benelux niet hebt. En daarna bleef het maar klimmen. Iets voorbij halfweg begon een lange klim van ongeveer 12 kilometer richting de top, de Roque Nublo. Dat stuk startte waar de dag ervoor de marathonafstand vertrokken was tot de volgende bevoorradingspost, op ongeveer 30 kilometer van de finish en ging bijna constant omhoog. Dat was goed voor meer dan 1200 hoogtemeters. Boven op die top was het bovendien winderig en koud, wat het nog een stuk zwaarder maakte. Dat is echt zo’n moment waarop je benen het beginnen te voelen en je gewoon moet blijven doorgaan.



JMT: Dat klinkt mentaal ook zwaar. Heb je ooit gedacht aan opgeven?

Bart: Zeker. Net voor de Roque Nublo, rond kilometer 45, had ik een hele lijst excuses klaar: regen, modder, kou, knieën die begonnen tegen te werken… alles zat erin. Maar tegelijk ging het klimmen nog goed en haalde ik toch nog andere lopers in. Dat gaf toch weer net genoeg motivatie om door te zetten.



JMT: Je zegt dat klimmen je ligt. Hoe zit het met afdalen?

Bart: (lacht) Laat ons zeggen: daar ligt nog werk. Op sommige stukken was het technisch, en zeker de afdaling na de top lag vol losse stenen. Toen het bovendien begon te schemeren, werd afdalen nog moeilijker. Je ziet gewoon minder goed waar je je voeten zet. Mijn techniek is dan ook eerder van "wandel maar voorzichtig naar beneden en hoop dat alles goed gaat”. Daar verlies je natuurlijk veel tijd tegenover de meer ervaren lopers.



JMT: Hoe belangrijk zijn bevoorradingen in zo’n wedstrijd?

Bart: Enorm belangrijk. Bij een ultratrail zoals deze zijn de bevoorradingen veel uitgebreider dan bij een gewone marathon. Bij bijna elke post was er warm eten, terwijl je bij een marathon vaak alleen water, sportdrank en een banaan krijgt. Dat maakt echt een groot verschil: je krijgt niet alleen snel energie, maar ook voeding die je langer op de been houdt. Op een bepaald moment zat ik er echt door, en dan doet zo’n warme maaltijd wonderen, zowel fysiek als mentaal. Het geeft je telkens weer een boost om verder te gaan.



JMT: Het laatste stuk liep in het donker, toch?

Bart: Ja, de laatste 30 kilometer met hoofdlamp. Dat maakt het nog extra uitdagend, zeker op technische afdalingen. Maar tegelijk heeft dat ook iets speciaals.


JMT: Uiteindelijk heb je de finish gehaald. Wat ging er door je heen op dat moment?

Bart: Opluchting vooral, maar ook een gevoel van ongeloof dat ik het echt had gedaan. 82 kilometer en meer dan 4300 hoogtemeters in de benen, dat is een ervaring die je niet snel vergeet. Je denkt aan alles wat je onderweg hebt moeten overwinnen: de steile klimmen, de modderige afdalingen, de kou, de regen en de vermoeidheid. En toch ben je blijven doorgaan, stap voor stap, kilometer na kilometer. Aan de finish stonden de toeschouwers te juichen, en dat zelfs om 2 uur ’s nachts. Dat geeft echt een enorme voldoening. En eerlijk gezegd, die pizza die daarna klaarstond, dat was gewoon de beste beloning ter wereld (lacht).



JMT: Wat kunnen marathonlopers uit de club leren van jouw ervaring?

Bart: Het is vooral een ander soort uitdaging. Bij een ultratrail moet je veel meer letten op hoe je je energie verdeelt. Wandelen mag en moet zelfs om je krachten te sparen bij het klimmen. Je leert geduld te hebben, je energie slim te gebruiken en door te zetten, ook als het zwaar wordt. Dat zijn lessen die voor elke loper waardevol kunnen zijn, ongeacht de afstand die je loopt.



JMT: Zie je jezelf dit nog eens doen?

Bart: Ja, absoluut. Het was zonder twijfel het zwaarste wat ik ooit heb gedaan, maar dat hoort er ook bij. Het afzien maakt deel uit van de ervaring en geeft achteraf een enorme voldoening. Het blijft iets unieks: de combinatie van uitdaging, de prachtige natuur, onverwachte omstandigheden en het doorzettingsvermogen dat je nodig hebt, maakt het onvergetelijk.


JMT: Tot slot: je belangrijkste statistiek?

Bart: Eigenlijk gaat het niet om tijd of plaats. Voor mij is de belangrijkste statistiek simpel: DNF – niet van toepassing. Dat betekent dat ik het hele parcours, met al zijn hoogtemeters, modderige afdalingen en gure wind, heb uitgelopen. Dat gevoel van binnenkomen, wetende dat je alles hebt gegeven en bent blijven doorgaan, dat is voor mij veel waardevoller dan welke tijd of plek dan ook.
















 
 
 

Opmerkingen


bottom of page