• JMT Mol

Wedstrijdverslag: terugblik op een marathonmiddag

door Hanne Verstappen

‘Ben ik er nog niet bijna?’

Na bijna 42 kilometer voel ik mij ver van fantastisch. Mijn knieën protesteren bij elke stap die ik zet (en dat zijn er veel) en mijn linkervoet vraagt voortdurend hoe lang dit nog gaat duren. Ik ben tong-op-mijn-tenen-waar-ben-ik-in-godsnaam-aan-begonnen-steendood.


Maar eerlijk? Zo erg vind ik dat niet. Mijn hoofd heeft de rest van mijn lijf aangepord om door te zetten en beloont me nu met een lading adrenaline. Nog efkens, en dan zit het erop.


Zo beleefde ik mijn marathonmiddag

Het is zaterdagmiddag, 17 april. Een paar uur geleden stonden Aloïs en ik klaar aan onze ingebeelde startlijn. We werpen elkaar een bemoedigend knikje en een laatste diepe zucht toe: ‘Zijn we?’

We gaan hier vandaag nog vaak passeren: volgens recente manuele metingen is ons parcours 4,44 kilometer lang en kronkelt het in een oneindige achtvorm door de wijk. Omdat het zich op amper een paar honderd meter van mijn voordeur bevindt, zal het voor weinig verrassingen zorgen. Ik weet hoe de weg erbij ligt en waar eventueel passerend verkeer kort door de bocht komt, maar ook hoe eindeloos sommige kilometers hier kunnen lijken.


Het is vreemd, zo zonder startschot, zonder enthousiaste medeatleten en zonder massa mensen langs de kant. Het voelt alsof we vertrekken voor een gewone zondagse lange duurloop. Een waar we 35 weken voor getraind hebben.


Een blauwe lucht en groen-witte lopers

Het is de perfecte dag om een toertje te lopen: een heldere blauwe lucht, een stralende zon en een zachte bries. Hoewel onze cadans heel natuurlijk aanvoelt, klopt mijn hart in mijn keel. We mikken op 5.15 minuten per kilometer. Ambitieus, maar wel een snelheid die we net lang genoeg moeten kunnen volhouden.


De eerste kilometers vliegen voorbij en ons tempo zit oké. Soms iets te snel, dan weer een seconde te traag. Een metronoom zal ik nooit worden. De benen voelen fris en wakker, maar er fladderen veel zenuwen door me heen.


Aan het einde van onze tweede ronde zien we in de verte twee lopers in groen-witte kleuren. Ieke woont ook in de buurt en zal samen met Roger op hetzelfde parcours een halve marathon lopen. Zij beginnen er over enkele minuten aan. Pas over iets meer dan vier rondes komen we hen opnieuw tegen.


Ergens is het een geruststelling te weten dat ik niet als enige lang en ver aan het lopen ben. Vanmorgen werd ik wakker met foto’s van vroege vertrekkers Anja, Bart, Clem, Els en Patrick uit Gompel in onze WhatsAppgroep. Hun wedstrijd zit er al op als wij pas het halfwegpunt naderen.


Nog ver tot aan de finish

Terwijl de meters passeren, begin ik steeds meer plezier te krijgen in wat er rond mij gebeurt. Ik zeg tegen Aloïs dat hij gerust mag versnellen als hij kan, maar voor mij is het tempo prima zo. Of er straks nog iets in de tank zit, zal ik dan wel zien. Voorlopig blijven we samen.


Omdat het een mooie zaterdagvoormiddag is, loopt er buiten wel wat volk rond. Ik zwaai naar de man van Ieke, die een strategisch uitzichtspunt heeft gekozen om klusjes in de tuin te doen.


Halverwege duiken mijn ouders op, gewapend met een fiets, een fototoestel en een fles sportdrank. Rond kilometer 29 passeren we opnieuw onze drankpost, net op het moment dat Ieke en Roger hun laatste meters afleggen. Goed gedaan! 👊


Annemie, de vrouw van Aloïs, staat ons aan onze bevoorrading al enkele uren aan te moedigen. Zij vormt een welgekomen mikpunt na een lange, rechte, saaie kilometer. Als we bij haar passeren en Aloïs een flesje wil grijpen, gaat er iets mis en moet hij een paar seconden inhouden. Ik loop alvast alleen verder, kijk een paar keer waar hij blijft en hoop dat hij nog een versnelling plaatst, maar de afstand tussen ons wordt niet kleiner. Even twijfel ik om te wachten, maar daar zou ik later spijt van krijgen. Sh*t, het is nog ver tot aan de finish.


De volle 42,195 kilometer

Naast mij op de fiets wisselen mijn ouders elkaar af. In de voorlaatste ronde krijg ik ook het gezelschap van Jan Segers, die ons gespot had toen hij van zijn wedstrijd in Gompel naar huis reed. Vanop zijn mountainbike zet hij me een erg geapprecieerd stukje uit de wind.


Ik zwaai nog één keer naar de man van Ieke. Een buurman in een graafmachine fronst zijn wenkbrauwen als hij me wéér ziet voorbij komen. Ik roep dat het de laatste keer is. Hij lijkt onder de indruk.


Heel even panikeer ik: mijn horloge zegt dat ik nog anderhalve kilometer te gaan heb, maar ik passeer wel al de aanduiding van de laatste kilometer. Aloïs heeft het parcours twee keer met de handmeter afgestapt dus vertrouw ik erop dat de metingen kloppen. De fietsers rijden al vooruit naar de aankomst en ik geef nog een beetje gas bij. In gedachten hoor ik Michel roepen dat mijn eindspurt wel wat rapper mag. Alles doet pijn, maar de verlossing is nabij.


Het was het allemaal waard

Na een dikke drie uur en een half loop ik over onze zelfgemaakte meet. Moe, opgelucht, en zo ongelooflijk blij. 🥵😁💪



Aan de finish wachten mijn ouders en Jan, die nog aan het recupereren is van zijn eigen PR een klein uur geleden. Ik check mijn horloge (3:35 – ‘WTF, klopt dat wel?’), maar besluit toch verder te lopen tot mijn gps de volledige marathonafstand aangeeft (voor op Strava he).


Een paar minuten later overschrijdt ook Aloïs onze finishlijn. Hij voelde zich in de tweede helft niet zo goed, maar beet door en zette met zijn 3:46 een fantastische tijd op te tabellen. Met een brede glimlach, zwaar verzuurde benen en een prachtige marathonmedaille rond onze nek poseren we samen supertrots voor de foto.


Dankjewel allemaal!

Het was een raar jaar. Eentje waarin we vaak alleen de baan op gingen. Maar een marathon alleen lopen? No way! Da’s teamwork. Daarom een gigantische dankjewel aan Aloïs, alle lopers uit groep 7 en 8 (💚), supertrainer Michel en iedereen die van ver of dichtbij een JMT-steen heeft bijgedragen. Afspraak in Eindhoven in oktober?



283 keer bekeken2 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven