• JMT Mol

Athora Great Bruges marathon

door Kurt Vanlommel

Begin 2019 stonden er 2 datums met rood omcirkeld in mijn marathonagenda. Voor de niet verstaanders onder ons, ik wilde de marathons van Rotterdam en Brugge lopen dit jaar.


Daar waar het in Rotterdam 200% draaide om de beleving, het groepsgevoel én het samen de finishlijn overschrijden, zou het in Brugge gaan om het resultaat. Met andere woorden, ik wilde een gooi doen naar een PR.


Zo gezegd, zo gedaan. Half april kregen we onze nieuwe schema’s te zien in aanloop naar Brugge. Met de pas gelopen 42 km in het achterhoofd wisten we dat T1 Michel ons weer beulenwerk ging laten uitvoeren. Gelukkig is er een spreekwoord dat zegt: ‘Voor wat hoort wat’ en ook deze keer ging deze vlieger op.


Na bijna 2 jaar lid te zijn van JMT had ik voor het eerst het gevoel dat ik de trainingen met een goed gevoel verwerkt kreeg. In de crossen en joggings van het voorjaar werd dit goed gevoel omgezet in concrete cijfers. En dat gaf me wel een mentale boost. Zou het me dan toch lukken om eens dicht tegen de (door mij zo fel begeerde) 3u30 te lopen? Ik durfde het alvast niet uitspreken, kwestie van niet overmoedig te zijn. Hoogmoed komt immers altijd voor de val.


De ganse voorbereiding liep zo goed als vlekkeloos. De km’s werden op een aanvaardbaar niveau gelopen, de lichamelijke hinder beperkte zicht tot een minimum en mentaal stond ik ook ijzersterk. 20 oktober moest én zou mijn dagje worden. Half augustus ging ik zelfs op ‘hoogtestage’ in Oostenrijk. Samen met Laura en Robin liep ik er een 24 km lange trail in de Alpen. Alles werd gebruikt om ervoor te zorgen dat ik mijn felbegeerde doel zou halen.


In de week voorafgaand aan de marathon stonden de websites die ‘het weer in Brugge’ aangaven met stip op 1 in mijn zoekgeschiedenis. De vooruitzichten waren veelbelovend. Het zou, voor mij dan toch, ideaal zijn van temperatuur. Het enige wat me in de loop van de week zorgen baarde, was de wind. Zou het dan toch zijn dat er een spelbreker roet in het eten zou gooien. Whatsapp moest die week overuren leveren om de vele gesprekken tussen bevriende lopers te kunnen voeren. ‘Hoe zit het met de benen?’, ‘ Het gaat goei weer worden mannen” en ‘De wind is weer gedraaid in ons voordeel’ waren de hoofdthema’s van deze gesprekken. Als echte profs bespraken we zelfs een strijdplan om ons gevecht met de wind aan te gaan. Ondertussen was het wel duidelijk, we gingen ons vel duur verkopen in Brugge.


De echte voorbereiding begon al op zaterdag. Een vast ritueel voor mij is de woorden ‘team’ en ’opa’ op mijn linker- en rechterschoen te schrijven. Lopen zonder dat ons vader erbij is, dat bestaat niet voor mij. Ik ging nog een stapje verder deze keer. Aan de binnenkant van mijn schoen schreef ik #6. Brugge was immers mijn 6de marathon. En heel stiekem noteerde ik, op de onderkant van mijn rechterschoen mijn gehoopte eindtijd van 3u30. Onderaan onder mijn schoen zodat ik het niet té hard als een nederlaag zou ervaren, moest het niet lukken.


Eindelijk was het dan de ochtend van 20 oktober. Eindelijk!! De laatste 14 dagen voor de marathon waren er bij mij net teveel aan. Ik wilde zo graag starten. Tegelijkertijd kwamen ook de eerste twijfels opzetten. Shit Kurt, 3u30, da’s wel bijna 15 min van je beste tijd ooit afpitsen. En, kan ik dat tempo van rond de 5’/km wel handhaven. Gelukkig vond ik veel steun bij mijn loopmakkers van groep 6 en de rest van JMT. Die laatste week zitten we immers allemaal met twijfels.


Omdat we de trip naar Brugge de dag zelf nog maakten, liep de wekker vroeg af. Vlug aankleden en dan naar de ontbijttafel. Met hele lange tanden at ik mijn eerste boterhammen. Oei, zou het dan toch niks worden vandaag??? Gelukkig hervond ik redelijk snel mijn kalmte en kwam de focus terug. Boterhammen gesmeerd voor onderweg, de sporttas nog eens voor de 100ste keer nagekeken en dan konden we vertrekken. Samen met Niels Huijs, Jan Mertens, Wim Rijken en onze begeleidsters Kristien en Sofie vertrokken we om 7u richting Brugge.


Daar aangekomen trokken we direct naar het Belfort om onze startnummers af te halen en onze sporttassen af te geven. Al gauw kwamen we de eerste delegatie van JMT tegen. Dat we vandaag ten strijde zouden trekken, stond op de gezichten van de lopers te lezen. We wisselden nog wat handshakes uit, kregen hier en daar nog een aanmoediging en vervolgens trokken we richting kleedkamers om ons om te kleden, nummer opspelden, bevoorrading klaar te maken en een laatste (dan toch niet voor mij) toiletbezoek. Ik kon het niet laten om mijn ‘geheime’ verwijzing naar mijn tijd aan Marc Bakelants te laten zien. Zo had ik tenminste een bewijs dat het me menens was. Op naar de start nu.


In de aanloop naar de startzone kwamen we onze coach tegen. Hij gaf ons nog enkele goede tips en klaar waren we. Goed op tijd namen we plaats in ons startvak. Nog gauw een premarathon-foto (eentje met de haren in de plooi en het loopshirtje nog kraaknet) en dan aftellen naar de start. Klokslag 10u vertrokken we voor een tocht waarvan we zeker wisten dat ze 42 km lang was en hopelijk in 3u30 ging gelopen zijn. Ik had vooraf een afspraak gemaakt met Jan Mertens. Hij zou me proberen te loodsen naar de die 3u30. De eerste km’s verliepen aan de zenuwachtige kant. We moesten ons een weg banen doorheen lopers die een in verkeerd startvak stonden of die hun eigen kunnen al na een paar km hadden overschat. Bij momenten was het echt opletten geblazen. De Brugse kasseien lenen zich niet echt om een marathon te lopen. Gelukkig kwamen we al snel op een soort van wandelweg langs het kanaal Brugge Zeebrugge en konden we al wat meer ontspannen lopen.. Hier en daar stond al een JMT supporter die ons met veel vuur aanmoedigde. Jan en ik wisselden voortdurend blikken uit. Ons tempo lag goed, de benen wilden mee en we waren, zoals Michel Wuyts het zo mooi kan zeggen, nog ‘lucide’ genoeg om op te merken dat onze eerste km’s iets te snel waren.


We lieten Brugge voor wat het was en trokken richting de Belgische kust. Hiervoor had de organisatie één van de minst aantrekkelijke wegen gekozen die er in België zijn. Een grijsgrauwe industrieweg zou ons leiden naar het 21km-punt. Onze eerste plan, de tempohazen volgen, hadden we al van bij de start laten varen. Die zouden ons alleen maar de adem afsnijden door hun hoge vertrektempo. Gelukkig hadden we bij het oppikken van onze startnummer een polsbandje gekregen waarop de tussentijden vermeld stonden. Nu was het alleen nog maar lopen, eten en drinken waar we moesten op letten.


Op een bepaald moment ontstond er een klein beetje tumult in het loopgroepje dat Jan en ik aanvoerden. Als ‘echte loper’ snuit ik mijn neus niet in een zakdoek maar gewoon tussen mijn vingers. Een dame (en mijn oprechte excuses aan alle vrouwelijke lezers van dit artikel) geeft me een vieze blik. Ik vrees dat mijn neusvocht haar gezicht heeft geraakt. Het kan natuurlijk ook zijn dat de dame in kwestie zich vergist had van activiteit. Het gaat hier immers over een loopwedstrijd en geen fashionevent (weerom mijn excuses aan alle vrouwelijke lezers van dit artikel: ik zie er ook graag piekfijn uit hoor). Algemene hilariteit in ons groepje om dit voorval. Jan merkt terecht op: ‘als we hier een artikel over schrijven moet dit er zeker in komen (waarvan akte Jan).


De km’s verlopen vlot en ik zit goed in mijn ritme. We lopen zelfs een klein beetje voor op ons beoogde schema. So far so good, denk ik. Maar dat dacht ik tijdens mijn vorige marathons ook. Tot ik telkens mijn beste vriend met de hamer tegenkwam. Beste vriend, ’t is te zeggen: ex- beste vriend. Laat ons hopen dat die vriend vandaag de weg naar Brugge niet heeft gevonden.


Ter hoogte van de Herdersbrug splitst het parcours zich in twee. De marathonlopers mogen naar links, richting Zeebrugge. De halve marathonners lopen rechts richting Brugge. Hopelijk vergist er zich hier niemand. Bij het draaien op de brug zien we dat Niels Huijs en Jo Vernelen op een kleine afstand van ons lopen. Ze delen hun wedstrijd ook mooi in.


We vervolgen onze weg langsheen Vlaamse Velden. Zo passeren we ondermeer langs heen de voormalige abdij Ter Doest in Lissewege. Jan merkt op dat we, wanneer we het kapelletje passeren, God nog om een laatste gunst mogen vragen. Ik wimpel de vraag af met te zeggen dat die ’dikke bougie’ uit Scherpenheuvel zijn werk wel zal doen.


Rond km 15 moet ik, een eerste, plaspauze inlassen. Ik had met Jan afgesproken dat hij gewoon zijn wedstrijd moest blijven lopen wanneer dit gebeurde. Zo gezegd, zo gedaan. Na een deugddoende sanitaire stop hervat ik het lopen opnieuw. De stroom lopers van tijdens de beginkm’s is intussen wat rustiger geworden. Gelukkig want op deze manier kunnen onze fietsbegeleidsters rustig (zonder de andere lopers te hinderen) eens naast ons fietsen. In een mum van tijd zit ik terug in het loopritme dat ik voor ogen had. Jan loopt op overbrugbare afstand maar ik neem me voor om niet té snel de aansluiting te maken. Elke nodeloze inspanning betaal ik in het later verloop van de marathon cash.


Van Lissewege vervolgen we onze weg naar Zwankendamme langsheen landelijke wegen. Lang duurt deze pret niet want voor we er erg in hebben zitten we terug in een grauwe industriezone langsheen het Boudewijnkanaal. In de verte zie ik de eerste marathonloper terug richting Brugge lopen. Potverdekke, die man geeft er wel een serieuze lap op. Ik troost me met de gedachten dat ik, op mijn eigen manier, ook meer dan het beste van mezelf aan het geven ben. Iets voor Zeebrugge staat er zowaar ‘een vorm van animatie’ langs het parcours. Het is te zeggen: een paar doedelzakspelers geven het beste van zichzelf. Hoe klein het ook is, ik kan het op dit moment enorm waarderen. Wanneer ik hen passeer, neem ik mijn petje voor hen af. Voor mij is dit een vorm van respect en elementaire beleefdheid. Deze mensen doen ook hun best om het, ons lopers, naar de zin te maken. Ook kom ik de eerste JMT-lopers tegen en we wisselen aanmoedigingen en goedkeurende blikken uit.


In Zeebrugge moeten we een plaatselijk lusje maken langsheen de Zeedijk. Plots besef ik dat dit de regio was waar wij vroeger met het gezin op vakantie gingen. Even verdwijnt de focus van het lopen naar onze pa. Ik schud het hoofd en krijg een eerste krop in de keel. De mensen binnen JMT (en ondertussen ook ver daarbuiten) kennen ondertussen mijn beweegreden om te lopen. #teamopa draait al lang niet meer om mezelf en onze pa maar om mensen die, om God weet welke reden, lopen. Dankzij de herinneringen aan vroeger maken de tranen in mijn ogen al snel plaats voor een glimlach op mijn gezicht en besef ik weer waarvoor ik hier bezig ben.


Ik had, met mijn begeleidster Sofie, afgesproken dat ik in Zeebrugge een extra drankbevoorrading zou inlassen. Dit wil zeggen, Sofie vulde mijn drinkflesjes bij en voorzag me van nieuwe gelletjes. En hier op de dijk leek het ons een ideale plek. Weinig tot geen volk, ruimte tussen de lopers én pas een bevoorrading gehad op km 20. Mijn volgende gelletje zou ik pas moeten nemen op km 25. 5 km ofwel 25 min voor Sofie om tot bij mij te komen. Wanneer ik de Zeedijk verlaat, zie ik weer een aantal JMT-lopers. Weeral worden er groeten uitgewisseld en dat geeft me kippenvel. We hebben immers allemaal, op onze manier, getraind voor deze dag. Het is voor mij een machtig gevoel om hier te mogen lopen. Ik ben nog vergeten te vermelden dat er in Zeebrugge een aantal JMT supporters stonden. Mannen (én vrouwen) nen dikke merci voor je steun. Het is voor ons als lopers zo fijn om een aanmoediging te horen of een bekend gezicht te zien.


Ondertussen ben ik voorbij halfweg. Ik klok af op 1:44:08 op dit punt. Yes, een kleine voorsprong op het schema van 3u30. Opnieuw neem ik me voor om geen al te gekke dingen te doen. De marathon begint pas vanaf km 35. De weg naar Brugge loopt na Zeebrugge weer over dezelfde, saaie industrieweg. Ondertussen is het hier al een pak drukker geworden van lopers. Meer en meer JMT gezichten passeren me, terwijl ze nog op weg zijn naar het keerpunt. Stilaan begin ik me toch zorgen te maken. Waar blijft mijn bevoorrading? Zou haar iets overkomen zijn? Zou ze niet verder mogen fietsen langsheen het parcours? Zo rond km 25 bereikt ze me dan toch. Ik krijg mijn drinkvest terug; check even of de gelletjes op de juiste plaats zitten en besluit dan een 2de plaspauze in te lassen. Sofie kan me wel doodschieten. Heeft ze daarvoor zo snel moeten fietsen. Ik excuseer me uitgebreid en hervat alweer het lopen. Vlug een gelletje binnen (op de 600 m verder zal het wel niet steken zeker) en op naar Brugge nu.


Wat volgt, is een heel lang stuk langs het Boudewijnkanaal. Hier en daar beginnen de eerste slachtoffers te vallen. Voor Sofie is dit de eerste keer dat zij zo’n evenement vanop de eerste rij meemaakt. Ik waarschuw haar dat dit nog maar een begin is. Op dit moment in de wedstrijd komt onze training langsheen de kanaaltoer van pas. Onze trainer Michel heeft ons immers op dit soort van werk voorbereid. Ook al is het soms eentonig om rechtdoor te lopen, vandaag stoort het me niet. In de verte kan ik de brug weer zien die het keerpunt vormt voor de halve marathon. Een ideaal ijkpunt, zeker in het hoofd. Vandaar is het nog ongeveer 10 à 12 km en je bent binnen. In de bocht aan de Herdersbrug staat Jan De Laender als een bezetene te supporteren. Ik groet hem en vervolg mijn weg.


Halfweg de Herdersbruggestraat in Dudzele is er zowaar weer animatie. DJ Miel draait er als een echte Regi zijn plaatjes. Ook deze jongeman krijgt van mij een dikke duim in de lucht. Zo jong en toch het lef hebben om hier een ganse dag plaatjes te draaien. Het geeft me een warm gevoel. Vanaf nu wordt het wat drukker onderweg. De mensen die de 21 km wandelen zijn nu ook op dit deel van het parcours. Af en toe moet ik slalommen tussen wandelaars en begeleiders op de fiets. Helemaal gek wordt het pas wanneer er een auto, tegen de looprichting, komt gereden. Door één of andere (gewilde) speling van het lot belandt er een ferm Geelse fluim op zijn voorruit. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat dit kan gebeuren.


Op km 32 moet ik weer hoognodig de kant in voor een derde plaspauze. Terwijl ik mezelf terug op gang breng, lopen Niels Huijs en Jo Vernelen mij voorbij. In andere omstandigheden zou dit voor mij al genoeg zijn om een mentale klap van jewelste te krijgen. Maar vandaag is het zo’n dag die je maar een paar keer in je leven meemaakt. Ik laat hen lopen en hou ze wel op aanvaardbare afstand. Op die manier zijn ze een ideaal mikpunt voor mij. Plots lopen we zowaar langs landelijke wegen. Toch heb ik er vandaag geen oog voor. Mijn sporthorloge is vandaag mijn beste vriend. Sofie bevestigt mijn gevoel dat ik heb tijdens het lopen. Het tempo blijft constant. En ik ben bijna aan de verdomde 35 km. Nu maar duimen dat mijn vriend met de hamer er niet bij is. Stilaan beginnen de eerste pijntjes op te duiken. Ik begin mijn heupen te voelen tijdens het lopen. Als het dat maar is hé, dan valt het mee.


In Koolkerke besluiten onze begeleidsters om naar de finish te fietsen. Achteraf gezien een zeer wijze beslissing. Ik krijg nog een laatste aanmoediging van hen en loop verder. Vanaf nu sta ik er alleen voor. Even later passeer ik een JMT loper. Het blijkt om Sven Goossens te gaan. Hij ziet zichtbaar af tijdens het lopen. Ook van hem krijg ik nog een aanmoediging. Ik kijk nog even op mijn horloge en begin meer en meer te geloven in de goede afloop.


Wanneer ik in de Gemeneweidestraat loop (en ja, ik heb dit allemaal achteraf opgezocht hoor) zie ik in de verte de coach rijden. Hier spreekt hij de volgende woorden (en ik verzin ze niet): “Da ziet er goed uit Kurt, alles draait nog vlot, je ploft de voeten niet neer. Volhouden zo.” Dus bij deze Michel, graag een Oscar voor mij als beste mannelijke hoofdrol want ik was op dat moment aan het doodgaan. De woorden van Michel gaven me echter vleugels. Hiervoor heb je al die verdomde 800m’tjes gelopen, roept hij me nog toe. Jawadde, het is nog wel 5 x 800 m eh Michel vanaf hier, wil ik hem terugroepen. Meer dan een zuinig lachje kan er niet vanaf. Ik controleer nog even mijn hartslag op de horloge. Zelfs dat heeft em gezien. “Laat die hartslag nu maar in het rood gaan Kurt. Hiervoor heb je getraind.” Allez vooruit, nog een laatste inspanning en we zijn in Brugge. Ik neem afscheid van Michel en mijn looptempo schiet weer de hoogte in.


Ook in de laatste fase van de marathon haal ik mij mijn mantra ‘lopen, eten, drinken’ voor de geest. Op km 40 is het tijd voor mijn laatste gelletje. Eindelijk is het gedaan met die zoetigheid binnen te spelen. Wanneer ik wil drinken, merk ik dat een van mijn drinkflesjes lekt. Heel mijn T shirt hangt onder de sportdrank (jaja moeder zal thuis wel wassen) Gelukkig heb ik nog drank genoeg in mijn ander flesje zodat ook dit euvel opgelost is.


Zo ben ik in de laatste km’s beland. Hoogtijd om mijn drinkvest aan iemand van de JMT te overhandigen. Ik maak er immers een erezaak van om over de finish te lopen in mijn JMT-uitrusting, zonder extra toebehoren. Laat het ons houden op ijdelheid van de loper. Deze keer zijn Huguette Moons en de schoonmoeder van Bjorn Joos de gelukkigen. Dames, nen dikke merci om die vest van mij aan te nemen (ook al stonk ze naar zweet en was ze doorweekt met sportdrank).


Ik loop langsheen de verschillende Reien die Brugge rijk is. Onderweg passeer ik Gunter Tips samen met enkele andere JMT’ers. Die mannen zijn al op weg naar een deugddoende douche. Op dit moment vervloek ik de mensen die hier de kasseien hebben gelegd. Dat is goed om een wielrenner over te jagen op weg naar Roubaix maar toch geen marathonlopers. Ik moet echt op de tanden bijten om het tempo vast te houden. Hier en daar kom ik een verdwaalde toerist tegen die me bekijkt van ‘man wat ben jij nu toch aan het doen’. Ik geef hem net dezelfde blik terug. Eerlijk is eerlijk vind ik. In de laatste hectometers zie ik Niels plots terug vlak voor me. Met de laatste kracht die er nog in mijn benen zit, loop ik het gat op hem dicht. En hoe is het in godsnaam mogelijk!? Na 42 km finishen we naast elkaar, allebei in net dezelfde tijd. Wanneer ik de meet overschrijd, duw ik mijn Polar af en kijk onmiddellijk naar het resultaat. 3u30’24” staat er te lezen. Is het dan toch gebeurd?! Heeft deze dikke het dan toch geflikt. Ik moet even bekomen van de geleverde inspanningen. Niels staat al te stralen naast me en we nemen elkaar eens dicht vast. Zo vaak samen getraind en dan, ongepland, samen over die meet. Het lijkt wel magie. Wanneer we verder stappen in de aankomstzone schiet er een kramp in mijn rechtervoet. Als dat maar goed afloopt. Ik sukkel wat verder tot aan de medailles. Wanneer deze rond mijn nek gehangen wordt, kijk ik even naar boven. We hebben het weer mooi gedaan he pa.



In die aankomstzone komen we nog bekende gezichten tegen. Zo staat Jan Mertens het wereldrecord breedglimlachen in openlucht te breken en is Bjorn Joos enorm fier op zijn resultaat. We blijven even hangen om, nu al straffe, verhalen uit te wisselen. Plots staan ook Kristien en Sofie in onze buurt. Gsm-toestellen worden bovengehaald en als echte ‘sterren’ moeten we poseren. Wat een heerlijk gevoel is me dat hoor. Ik bedank hen allebei voor de tijd en moeite die ze vandaag in ons gestoken hebben. Mijn nichtje Sofie krijgt een hele dikke knuffel. Ook voor haar was dit een bijzondere dag. Zij stond immers ook heel dicht bij onze pa. En plots breken we allebei. Tranen rollen over onze wangen en we nemen elkaar nog eens extra dicht vast. Hoe mooi het vandaag ook wel is, het is des te jammer dat hij het niet fysiek kan meemaken. Ik merk dat dit moment toch wel wat indruk heeft nagelaten op de omstaanders. Hier en daar is er ook iemand die een traan moet wegpinken.


Na een tijdje vinden we het welletjes en besluiten we om de douches op te zoeken. Eerst nog onze sporttas halen in het Belfort. Jan en ik vervloeken de architect van die gebouw. Waarom toch die trappen, meneer of mevrouw? Volgens de informatie die we op de website vonden was het 10 min stappen tot aan de kleedkamers. Waarschijnlijk zijn ze vergeten dat we eerst 42 km gelopen hebben. Het wandelen gaat bij mij niet echt van harte. De combinatie sportdrank, gelletjes, inspanningen heeft voor een ongekend hoge concentratie gas in mijn buik gezorgd. Af en toe moet ik een rustpauze inlassen om te bekomen. Uiteindelijk geraken we dan toch aan die kleedkamers. En wat denk je? Opnieuw trappen. Een mens moet alles over hebben om zich te kunnen wassen dezer dagen. De douche doet deugd en de eerste vermoeidheid heeft plaats gemaakt voor de nodige fierheid. Zo vertelt ieder van ons zijn eigen marathonverhaal. We hebben allemaal op hetzelfde parcours gelopen en toch hebben we die 42 allemaal anders beleefd.


De terugweg naar de aankomstzone gaat al een stuk vlotter. Dankzij de hulp van een agent vinden we zowaar een binnenweg. Eindelijk is het tijd voor de Brugse zot en het proevertjesbord. Omdat het nog altijd wat burgeroorlog in mijn buik is, besluit ik mijn deel aan Sofie af te staan. Zo heeft ze toch ook iets voor haar geleverde inspanningen. Een goede beslissing blijkt achteraf. Als vegetariër en niet bierdrinker kon ik er ook weinig mee aanvangen. Hier en daar merken we groen zwarte jassen van andere JMT lopers. Ook hier weer de verhalen van hoe het geweest is en de felicitaties voor de gelopen tijd. Na een uurtje besluiten we dat het terug tijd is om huiswaarts te keren.


Op een slakkentempo lopen we richting de parking aan het Zand. Af en toe krijgen we een rare blik van een toerist. Iedere gek zijn gebrek zeker. In de parking geven we, zoals echte gentlemen, de lift aan de dames en Niels en ik nemen de trappen. Vlug de fietsen op de auto’s en dan richting de ‘Barmhartige Stede’. De spanning van vanochtend heeft plaatsgemaakt voor trots. Ook al zijn we best moe, toch slagen Niels en ik er nog in om ons marathonverhaal aan elkaar te doen. Zo fier als ne gieter zit ik te stralen in de auto, mijn medaille rond de nek. Ik denk even terug aan het afgelopen half jaar. Km’s maken, offers brengen, het gezin weer even alleen laten omdat vake moest gaan lopen. Vandaag ben ik er allemaal voor beloond geworden. Eindelijk, eindelijk, eindelijk. Ik heb het gevoel alsof ik de wereld aankan.


Tussen mijn eerste marathon en mijn 6de marathon gaapt een kloof van 24 minuten. Onvoorstelbaar als je weet dat ik vroeger een broertje dood had aan sporten. Gelukkig komt het verstand met de jaren zegt men en daar ben ik (ook al denken sommige van niet) toch wel het levende bewijs van.



0 keer bekeken